Beroepskracht - kind ratio

Het doel van dit document is het vastleggen van normen met betrekking tot de hoeveelheid PM-ers per groep in verhouding met het aantal kinderen. Duidelijkheid creƫren omtrent de inzet van personeel bij een niet volledig bezette groep. Trefwoorden: leidster-kind ratio, pm-er - kind ratio, BKR, PKR.

Normen

 
Stichting Kinderopvang Hoorn (SKH) hanteert de door de sector vastgestelde normen ten aanzien van de beroepskracht - kind ratio (BKR) en van de groepsgrootte. De BKR die door SKH wordt gehanteerd is conform de regelgeving in het convenant kwaliteit kinderopvang. In dit convenant worden de kwaliteitseisen in de Wet kinderopvang (www.minocw.nl/kinderopvang) uitgewerkt en gepreciseerd. Deze normen zijn in het convenant kwaliteit kinderopvang als volgt beschreven:


Eén pm-er is belast met de verzorging en opvoeding van gelijktijdig ten hoogste:

  • 4 kinderen in de leeftijd van 0 tot 1 jaar
  • 5 kinderen in de leeftijd van 1 tot 2 jaar
  • 8 kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar
  • 8 kinderen in de leeftijd van 3 tot 4 jaar
  • 10 kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar


Het aantal pm-ers bij een gemengde groep wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde wat naar boven kan worden afgerond. Voor de bepaling van het aantal in te zetten PM-ers wordt de rekentool van 1ratio gebruikt. http://1ratio.nl

De opvang van kinderen vindt in groepen plaats waarbij een groep van kinderen:

  • in de leeftijd van 0 tot 1 jaar gelijktijdig ten hoogste 12 kinderen omvat
  • in de leeftijd van 0 tot 4 jaar ten hoogste 16 kinderen omvat waaronder ten hoogste 8 kinderen van 0 tot 1 jaar
  • in de leeftijd van 4 tot 12 jaar gelijktijdig ten hoogste 20 kinderen omvat
  • Daarnaast is het toegestaan bij groepen van 8 tot 12 jarigen met twee pm-ers en een extra volwassene maximaal 30 kinderen op te vangen

Voor de leeftijdgroep 0 – 4 jarigen gaat het om het maximum aantal kinderen, dat gelijktijdig op een stamgroep en in een stamgroepruimte kan worden opgevangen
Voor de leeftijdgroep 4 - 12 jarigen gaat het om het maximum aantal kinderen dat gelijktijdig in een stamgroep wordt opgevangen. Er kunnen meerdere stamgroepen verblijven in een ruimte.

Bij twijfel over de toepassing van de BKR kan gebruik worden gemaakt van de landelijk gebruikte rekentool op http://1ratio.nl/

Tot zover de vastgelegde normen.

 

De normen in de praktijk


In de praktijk wordt bij SKH gewerkt met de volgende stam en/of basisgroepen:

  • verticale groepen: kinderen in de leeftijd van ca. 0 tot 4 jaar max. 12 kinderen
  • verticale groepen kinderen in de leeftijd van ca 0 – 4 jaar max. 16 kinderen
  • horizontale groepen:
    • kinderen in de leeftijd van ca. 0 tot 24 maanden max. 9 kinderen
    • kinderen in de leeftijd van ca. 24 maanden tot 4 jaar max. 16 kinderen
    • kinderen in de leeftijd van ca. 36 maanden tot 4 jaar max. 16 kinderen
  • naschoolse opvang: kinderen in de leeftijd van ca. 4 tot 12 jaar  max. 20 kinderen
  • naschoolse opvang: kinderen in de leeftijd van ca. 8 tot 12 jaar  max. 30 kinderen*

* Op een groep van kinderen in de leeftijd van 8 tot 12 jaar groter dan 20 kinderen wordt een extra volwassene ingezet. Dit hoeft geen pm-er te zijn.


De kinderen kunnen bij activiteiten de groepsruimte verlaten. Dan wordt de maximale omvang van de stamgroep tijdelijk losgelaten. Wel blijft het aantal kinderen per pm-er van kracht, toegepast op het totaal aantal aanwezige kinderen op de locatie.

 
Flexibele plaatsen en overbezetting KDV

 

Op elke groep is ruimte voor één flexibele plaats, dat wil zeggen, een plaatsing op wisselende dagen. Een kind met een flexibele plaatsing heeft een vaste locatie maar geen vaste stamgroep en kan daarom incidenteel, in overleg met de ouders, geplaatst worden in een van de andere groepen van de locatie.
Het kan voorkomen dat deze plaatsing toch leidt tot een overbezetting op de groep, in dat geval wordt een extra beroepskracht ingezet.

Bijvoorbeeld: 
Een locatie telt twee verticale groepen. Beide verticale groepen hebben 12 kinderen gepland, deze zijn allen aanwezig. Op dezelfde dag wordt een kind gebracht op basis van een flexibele plaats. In totaal telt een van de groepen 13 kinderen.
In dat geval wordt een derde pm’er ingezet. Tenzij de groepssamenstelling het mogelijk maakt met twee pm-ers te werken. Dat is het geval als er geen kinderen jonger dan 1 jaar aanwezig zijn.
In alle gevallen geldt voor het bepalen van het benodigde aantal pm-ers de werkelijke bezetting en niet de geplande bezetting.

 

Flexibele plaatsen en overbezetting BSO


Op de BSO groepen worden één tot twee* flexibele plaatsingen toegestaan. Per stamgroep is 20 kinderen het maximum (bij 8+ 30). Overbezetting is op een BSO groep niet toegestaan, echter door de wisselende bezetting van de BSO groep is het plaatsen van een kind op flexibele basis bijna altijd mogelijk binnen de toegestane groepsgrootte. Bij het inplannen van de flexibele plaats dient wel altijd rekening gehouden te worden met de verwachte groepsgrootte. 
In alle gevallen geldt voor het bepalen van het benodigde aantal pm-ers de werkelijke bezetting en niet de geplande bezetting.


Toelichting:
Doordat kinderen op een flexibele plaats op een willekeurig dag worden ingepland, terwijl zij in werkelijkheid op wisselende dagen komen, kan het gebeuren dat op de lijst 21 of 22 kinderen staan.

Plaatsingen vanuit het Opa&Oma-pakket 

Voor plaatsingen vanuit het Opa&Oma-pakket gelden dezelfde regels als voor flexibele plaatsen en overbezetting.

 

Leeftijdsopbouw

 
Het maximum aantal baby’s tot 12 maanden is bij SKH vier per verticale groep.
De leeftijdsopbouw op de groep is van belang, in de eerste plaats om de zorg voor de jongste kinderen te kunnen waarborgen. Daarnaast zorgt een goede leeftijdsopbouw in de jongste leeftijdscategorie voor een regelmatige doorstroming waardoor een gelijkmatige bezetting verkregen wordt.

 
Stamgroepen KDV

 
Kinderen in de dagopvang worden geplaatst in een vaste stamgroep met vaste pm-ers. Dit is de groep waar het kind de meeste tijd door zal brengen.
Incidenteel maken kinderen gebruik van een tweede stamgroepruimte. Dat gebeurt op dagen of in perioden dat de groep zodanig onderbezet is dat de groepen samengevoegd kunnen worden. Indien gebruik gemaakt wordt van een tweede stamgroepruimte, dan betreft dat de hele groep met de vaste pm’er(s).

Uitzondering

In oktober 2012 is de wettelijke regeling m.b.t. kwaliteitseisen voor kinderopvang en peuterspeelzalen aangepast.

De regels voor het incidenteel of structureel afnemen van een extra dag(deel) zijn versoepeld door  het plaatsen op twee stamgroepen, onder voorwaarden toe te staan.

Met schriftelijke toestemming van de ouders mag de opvang tijdelijk in één andere stam- of basisgroep plaatsvinden. Het kan immers voorkomen dat er op dat moment geen plaats is op de vaste stam- of basisgroep. Om te voorkomen dat ouders in dat geval moeten uitwijken naar een ander kindercentrum, zijn de regels in zo’n situatie versoepeld. De ouder en de houder van het kindercentrum spreken af hoelang de opvang in de andere groep uiterlijk kan duren. In het geval van incidentele afname van extra opvang kan die periode slechts een dag of dagdeel zijn. Bij structurele afname van extra opvang blijft de regel m.b.t. het gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes van kracht. (zie verder: plaatsingsbeleid)


Indeling tweede stamgroepruimten per locatie

Bazzeroet
Groep Dondersteen    ;2e stamgroepruimte groep Deugniet
Groep Deugniet          :2e stamgroepruimte groep Doerak
Groep Doerak             : 2e stamgroepruimte groep Deugniet

Tamboerijn
Groep Dwarsfluit        ; 2e stamgroepruimte groep Triangel
Groep Viool                : 2e stamgroepruimte groep Triangel
Groep Triangel           : 2e stamgroepruimte groep Viool

Groep Kwartet (3 plus): 2e stamgroepruimte groep Triangel

Amiketoj
Groep Lavendo           : 2e stamgroepruimte groep Verdo
Groep Verdo               : 2e stamgroepruimte groep Lavendo
Groep Flavo                : 2e stamgroepruimte groep Rugo
Groep Rugo                : 2e stamgroepruimte groep Flavo

 

Basisgroepen BSO

 

Kinderen in de BSO worden geplaatst in een vaste basisgroep. Dit is de groep waarmee het kind na schooltijd gezamenlijk een eet- en drinkmoment heeft. De groep kan vervolgens verlaten worden om aan te sluiten bij een zelf gekozen activiteit (zie ook pedagogisch beleid).

Op de BSO wordt gewerkt met de volgende basisgroepen:

  • Verticale groepen van max. 20 kinderen met 2 pm-ers
  • Verticale groepen van max. 10 kinderen met 1 pm-er
  • Verticale groepen van kinderen van 8 jaar en ouder van max. 30 kinderen met 2 pm-ers aangevuld met een 3e volwassene

 

In de volgende situaties wordt bij SKH afgeweken van de vaste basisgroep:

  • Twee of meer basisgroepen worden incidenteel samengevoegd (bijvoorbeeld in vakantieperiodes).
  • Twee of meer basisgroepen worden structureel samengevoegd (bijvoorbeeld het gehele jaar elke woensdag en vrijdag). 
  • Individuele kinderen worden incidenteel of structureel in een andere basisgroep (op dezelfde locatie) geplaatst. In dit geval worden groepen niet samengevoegd, maar opgedeeld of gesplitst.

Voor de stabiliteit van de groepen kiest SKH er vanaf januari 2014 voor om op alle woensdagen en vrijdagen alle BSO kinderen op de hoofdlocaties op te vangen. Onderstaand een overzicht van de hoofdlocaties en de gekoppelde BSO locaties:

Hoofdlocatie

Gekoppelde BSO locaties

SKH de Raccers

SKH de Grote Beer, SKH het Fluitschip

SKH de Kameleon

SKH het Spectrum, SKH Do Re Mi

SKH Ceder

SKH Hanebalk, SKH St Jozef

SKH de Kreek

SKH de Wingerd, SKH de Bussel, SKH de Bonte Koe

SKH de Tweemaster

SKH de Pontonnier, SKH de Musketiers


De bovengenoemde afwijkingen zijn vastgelegd en omschreven in de huisregels en derhalve bij aanvang van het contract overeengekomen met de ouders voor de gehele contractperiode.

Het vierogenprincipe

Op de dagopvang is het vierogenprincipe van toepassing. Dit betekent dat altijd een volwassene, niet per definitie een PM-er d moet kunnen meekijken of meeluisteren. De genomen maatregelen worden per locatie vastgelegd in de inventarisatielijst veiligheidsmanagement KDV en afgestemd met de oudercommissie. Vervolgens worden ouders en oudercommissies jaarlijks geïnformeerd over de invulling van het vier-ogenprincipe op hun locatie (RIE en nieuwsbrief).

 

Regels achterwacht

 

Voor de flexibiliteit in de organisatie is het mogelijk dat in de dagopvang ten hoogste drie uur per dag (niet aaneengesloten) minder beroepskrachten worden ingezet, maar nooit minder dan de helft van het afgesproken aantal pm-ers. Voor de naschoolse opvang geldt deze regel voor ten hoogste een halfuur per dag. Worden deze kinderen de hele dag opgevangen dan gelden de regels zoals bij de dagopvang. Is in die situatie slechts één pm-er in het kindercentrum, dan is er ter ondersteuning tenminste één andere volwassene als “achterwacht” in het kindercentrum aanwezig.

Indien aan de beroepskracht - kind ratio wordt voldaan en er slechts één pm-er in het kindercentrum aanwezig is dan dient een achterwacht geregeld te zijn, dat wil zeggen, beschikbaar, maar niet aanwezig. De specifieke achterwachtregeling per locatie is opgenomen in het ontruimingsplan.

Per locatie voor dagopvang is de manier waarop de ondersteuning is geregeld bij inzet van één pm-er op een groep (bijvoorbeeld bij toiletbezoek) vastgelegd in de huisregels.


Toelichting

We onderscheiden twee situaties waarin sprake is van een achterwachtregeling:

  • Tijdens aanloopuren, pauzes en aan het einde van de dag mag er maximaal 3 uur per dag één pm-erop de groep worden ingezet. Als zij meer kinderen heeft dan 6 op de verticale groep of 10 op de BSO, geldt dat er een andere volwassene in het pand aanwezig moet zijn. Dit kan b.v. de huishoudelijk medewerkster zijn, iemand van school of het wijkcentrum, of een stagiaire.
  • In het tweede geval mag één pm-erworden ingezet als er 6 of minder kdv kinderen of 10 of minder bso kinderen in het pand zijn. In dat geval moet er een achterwacht zijn die binnen 15 minuten op de locatie kan zijn.

 

 

Richtlijnen met betrekking tot begeleiding bij uitstapjes

 
Uitstapjes met 0 tot 4 jarigen


Incidenteel worden met kinderen uitstapjes gemaakt. Voor de 0 tot 4 jarigen beperkt zich dat doorgaans tot wandelen in de omgeving van het kindercentrum. Het aantal pm-ers per kind wordt bepaald door de wijze waarop de kinderen worden meegenomen. Bij een wandeling waarbij de kinderen zelf lopen, wordt één pm-er ingezet op twee kinderen. Bij het gebruik van een wandelwagen of bolderkar, geldt het aantal dat in de wagen of bolderkar past, met een pm-er
Bij uitstapjes waarbij vervoer met de auto noodzakelijk is, wordt één pm-er of ouder op twee kinderen ingezet. De auto dient verzekerd te zijn voor inzittenden, en is voorzien van kinderzitjes. Voor elk uitstapje van kinderen van 0 tot 4 jaar waarbij vervoer noodzakelijk is, wordt aan de ouders vooraf toestemming gevraagd.


Uitstapjes met kinderen van de BSO


Zie: vakantie BSO.